Onderdeel van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) is een WW-premiedifferentiatie naar aard van het contract. Onder de Wab is een aantal indicatoren toegevoegd die tezamen bepalen of hoog of laag WW moet worden toegepast. Ook is een aantal uitzonderingssituaties bepaald waarin altijd laag WW mag worden toegepast. Deze gegevens moeten in FlexService vastgelegd worden en dienen als basis voor het WW-premiedifferentiatie traject.
In de contractwizard kan de contractvorm worden vastgelegd en in FlexAdministrator kunnen instellingen en autorisaties worden bepaald.
Om in verloning, op de loonafrekening en in de loonaangifte te kunnen bepalen van welke contractvorm sprake is en of laag of hoog WW premiepercentage moet worden toegepast, moeten de contractgegevens worden verrijkt met een aantal indicatoren.
Dit zijn de volgende indicatoren:
- Indicatie arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (IndArbovOnbepTd). Bepaalt mede toepassing
laag/hoog WW. - Indicatie schriftelijke arbeidsovereenkomst (IndSchriftArbov). Bepaalt mede toepassing laag/hoog
WW. - Indicatie oproepovereenkomst (IndOprov). Bepaalt mede toepassing laag/hoog WW.
- Indicatie jaarurennorm (IndJrurennrm). Indicator die moet worden doorgegeven in de loonaangifte als dit van toepassing is en bepaalt of er sprake is van een oproepovereenkomst.
Of sprake is van hoog of laag WW wordt bepaald door de eerste drie indicatoren (JJN = laag WW), maar kan ook door een uitzonderingssituatie worden bepaald. Er zijn uitzonderingen voor BBL (op basis van code aard arbeidsverhouding) en voor uitkeringen werknemersverzekeringen (op basis van code soort inkomstenverhouding). In deze twee situaties is altijd sprake van laag, ongeacht de vulling van de indicatoren. Er wordt een Indicator Laag WW op het contract toegevoegd en gevuld als op basis van de indicatoren of uitzonderingssituatie sprake is van laag WW.
De vier indicatoren moeten ook in de loonaangifte in 2020 worden doorgegeven. De benaming tussen haakjes zijn de rubrieknamen in de loonaangifte. De indicatoren hoeven niet altijd te worden doorgegeven in de loonaangifte. De eerste drie indicatoren zijn verplicht als de code soort inkomstenverhouding gelijk is aan 11, 13 of 15.
Opmerkingen
0 opmerkingen
Artikel is gesloten voor opmerkingen.